Hoofdlijnen aanpak PSA naar de tweede kamer

Minister Asscher heeft op 20 september de hoofdlijnen van zijn aanpak van psychosociale arbeidsbelasting aan de Tweede Kamer gestuurd. Asscher gaat zich sterker inspannen om PSA te voorkomen. In 2014 trekt hij hiervoor circa 1 miljoen euro uit.

Psychosociale arbeidsbelasting (PSA) is al jaren een van de grootste arbeidsrisico’s, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Een derde van het werkgerelateerde ziekteverzuim is gerelateerd aan PSA. In 2013 was in bijna 50% van de gevallen een psychische stoornis de oorzaak van arbeidsongeschiktheid (tegen ruim 30% in 1998). Werkgebonden psychische aandoeningen vormen bovendien de meest voorkomende beroepsziekte.

Minister Asscher ziet de aanpak van psychosociale arbeidsbelasting als een van de grote uitdagingen voor de komende periode. Preventie van uitval door ziekte in verband met PSA levert een belangrijke bijdrage aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers, zo schrijft hij in zijn brief aan de Kamer.

Investeringen in mentale weerbaarheid en het voorkomen van uitval dragen bij aan werkplezier en de arbeidsproductiviteit. Vanwege de ingrijpende persoonlijke gevolgen en de vaak langdurige uitval uit het arbeidsproces, hebben werknemers en werkgevers beiden een groot belang om uitval door psychosociale arbeidsbelasting te voorkomen.

Voor de uitvoering van de aanpak PSA trekt Asscher circa 1 miljoen euro uit. Hij start hiermee in april 2014. Het traject duurt vier jaar. Het is een voortzetting van het programma duurzame inzetbaarheid. Een ander onderdeel daarvan, het Actieplan Gezond Bedrijf krijgt een speciale focus op MKB-bedrijven.

In het voorjaar van 2014 komt Asscher met een nader uitgewerkt programma van activiteiten voor de aanpak van PSA en het vervolg van het Actieplan Gezond Bedrijf.

Flexwerkers

De positie van werknemers met een flexibele arbeidsrelatie (flexwerkers) krijgt specifieke aandacht in de aanpak van PSA. Het Kabinet erkent dat flexwerkers extra kwetsbaar zijn. Omdat zij bovendien vaker een hoge werkdruk en een onzeker perspectief op de arbeidsmarkt hebben, en deze groep in omvang toeneemt, krijgt deze doelgroep extra aandacht. In de eerste plaats via de verbetering van de rechtspositie van flexwerkers, conform de afspraken in het sociaal akkoord en zoals voorgesteld in het wetsvoorstel Werk en zekerheid.

Doel van de aanpak

In de aanpak wordt onderstreept dat werkgevers en werknemers beide een verantwoordelijkheid en een groot belang hebben om uitval door PSA te voorkomen. In de aanpak wil Asscher:

1. Het taboe op dit onderwerp doorbreken;
2. De doelgroepen werkgevers en werknemers (met name via HRM en medezeggenschap) faciliteren en stimuleren hier werk van te maken.

3. de Inspectie SZW toezicht laten houden en actief handhaven waar dat nodig is.

De aanpak moet leiden tot:

•  het vergroten van de bewustwording bij een breed publiek;

•  het bevorderen van een cultuuromslag in bedrijven, waardoor het gesprek tussen werknemer en leidinggevende over deze onderwerpen vroegtijdig en op een goede manier mogelijk is, zodat tijdig maatregelen genomen kunnen worden;

•  het inzichtelijk maken van de opbrengsten van een goede PSA-aanpak, voor de werkgever (economisch, goed werkgeverschap) en de werknemer (gezondheid, inzetbaarheid);

•  het toegankelijk maken van beschikbare kennis en instrumenten voor werkgevers en werknemers.

Context van de aanpak

De aanpak loopt van april 2014 tot april 2018. De aanpak is primair gericht op werknemers en werkgevers. Daarnaast zet Asscher in op partijen die deze doelgroepen ondersteunen of kunnen beïnvloeden, de zogenaamde intermediairs (bijvoorbeeld sectororganisaties, bedrijfsartsen, arbodiensten en verzekeraars) en het algemene publiek (mede om mensen om de werknemer heen bewust te maken).

Aanpak en fasering

Ieder jaar ligt het accent op een nieuw thema, waarbij de aandacht op eerdere onderwerpen blijft bestaan.

•  Het eerste jaar van de aanpak staat werkdruk centraal, werkdruk is door zowel werkgevers als werknemers het hoogst gerapporteerde arbeidsrisico. Dit onderwerp loopt daarom tot het einde van de aanpak.

•  In het tweede jaar wordt daarnaast specifiek aandacht gegeven aan het onderwerp agressie, geweld en intimidatie op de werkvloer. Om daadwerkelijk resultaat te bereiken op het terugdringen van agressie, geweld en intimidatie wodt de aanpak meerjarig ingericht.

In het derde en vierde jaar wil Asscher hiernaast meer aandacht geven aan de onderwerpen pesten, discriminatie en seksuele intimidatie.

Bron: www.arboonline.nl